Vragen en antwoorden principeakkoord pensioenen

05-06-2019

Is dit principeakkoord goed voor jongeren? En wat wordt er gedaan voor mensen met zwaar werk? We hebben de vragen die het meest worden gesteld voor je op een rijtje gezet. Staat je vraag er niet bij? Neem dan contact op met ons contactcenter. Daar helpen we je graag verder!

Hoe kan ik stemmen?

Ben je lid van de FNV, dan krijg je binnenkort een brief in de bus met een individuele code. Hiermee kun je via internet je stem uitbrengen. De link naar het stemformulier staat in de brief. Stemmen kan van woensdag 12 juni 11.00 uur tot en met zaterdag 15 juni 12.00 uur. Na deze ledenraadpleging neemt uiteindelijk het Ledenparlement een definitief besluit. Het ledenparlement bestaat uit 105 vertegenwoordigers van de leden die per sector zijn gekozen.

Wat is het verschil tussen dit voorstel en dat van november vorig jaar?

Eigenlijk zijn er twee belangrijke verbeteringen. Ten eerste hebben we nu een betere oplossing voor zware beroepen. Er is een structurele oplossing en een overgangsmaatregel die gericht is op het naar voren halen van de AOW-leeftijd. Dit wordt door de werkgever betaald. Ten tweede stijgt de AOW-leeftijd minder snel dan eerder het geval was. Dit betekent dat de jongeren van nu eerder met pensioen kunnen. 

Door deze afspraken hebben we nu breed draagvlak in het parlement. Want ook de PvdA en GroenLinks zijn akkoord gegaan. Dat is belangrijk, omdat de vernieuwing van het pensioenstelsel een zaak van lange adem is. 

Is dit akkoord ook goed voor jongeren? 

Zeker! De afspraken die we hebben gemaakt zijn voor jonge mensen net zo belangrijk als voor ouderen. De leeftijd waarop jij met pensioen kunt stijgt minder snel. En we maken het pensioenstelsel transparanter, robuuster en daarmee toekomstbestendig. Dat is voor jongeren heel belangrijk; met dit akkoord kun je erop vertrouwen dat ook voor jou te zijner tijd een goed pensioen mogelijk is.
Verder gaan we kijken naar hoe we ervoor kunnen zorgen dat meer mensen pensioen opbouwen. Veel jongeren sparen nu nog niet voor pensioen, bijvoorbeeld in de uitzendsector.

Is hiermee de oppositie ook aan boord?

Ja, ook de PvdA en GroenLinks doen mee aan dit akkoord. Dat is belangrijk, want dit is een akkoord voor de komende decennia en er moet nog veel uitgewerkt worden de komende jaren. Dit vraagt langjarig commitment van alle partijen. Daarom is breed draagvlak extra belangrijk.  

Wat wordt er gedaan voor mensen met zwaar werk? Kan ik eerder stoppen met werken?

We hebben samen afgesproken dat er een oplossing komt voor mensen met zwaar werk. Structureel moeten we er naar toe dat iedereen op een gezonde manier zijn pensioen kan halen. Denk bijvoorbeeld aan bij- en omscholing en het lichter maken van werk. Daar trekken we veel geld voor uit: 800 miljoen in de komende jaren en structureel 10 miljoen per jaar.

Er is een groep oudere werknemers waarvoor dat geen oplossing meer biedt. Voor hen krijgen werkgevers en werknemers de mogelijkheid om afspraken te maken over eerder met pensioen gaan. De overheid zorgt dat dat fiscaal mogelijk is. Ook zorgen we dat mensen meer mogelijkheden krijgen om zelf eerder te stoppen, bijvoorbeeld door extra verlof in te zetten. 

Hoe werkt dat dan precies?

De komende vijf jaar krijgen werkgevers en werknemers de gelegenheid om afspraken te maken over eerder stoppen met werken voor werknemers voor wie doorwerken tot de AOW-leeftijd te zwaar is. Samen bepalen zij om welke groepen het gaat; dat is een kwestie van sectoraal maatwerk.  Het kabinet helpt daarbij, door de heffing op vroegpensioen, de zogenaamde RVU-heffing, aan te passen. Maximaal drie jaar vóór de AOW-leeftijd mogen werkgevers een uitkering voor vervroegd uittreden aanbieden. Voor bedragen tot ongeveer 19.000 euro per jaar hoeft hierover dan geen RVU-heffing te worden betaald. 

Waarom is gekozen voor een bedrag van 19.000 euro?

Dit bedrag komt in netto termen overeen met de netto AOW. Het is voor de werknemer die van zijn werkgever zo’n bedrag mee krijgt dus alsof zijn AOW eerder in gaat. De werknemer kan ervoor kiezen om in aanvulling daarop al wat van zijn ouderdomspensioen naar voren te halen. Zo kunnen ook mensen met lagere inkomens eerder stoppen met werken. 

Waarom is het kabinet nu wel bereid om de 1-op-1-koppeling los te laten en wilden ze dat in november niet?

De afgelopen maanden hebben we gezien dat er breed maatschappelijk draagvlak is om de 1-op-1-koppeling nu al aan te passen. We gaan een stap verder dan in november, omdat we nu al bepalen welke koppeling het moet worden en omdat we ook gelijk financiële dekking gezocht hebben.
Dit is een grote verbetering van de sociale zekerheid, met ook een stevig prijskaartje. Daarom is een belangrijke voorwaarde hiervoor dat er ook breed draagvlak is in het parlement. Met PvdA en GroenLinks er bij hebben we dat brede draagvlak gevonden. 

Waarom is hervorming van het pensioenstelsel nodig? Wat waren de problemen?

De meeste werknemers bouwen pensioen op in een uitkeringsregeling: een regeling waarbij de pensioenuitkering vooraf met een bepaalde zekerheid wordt vastgesteld. De afgelopen jaren bleek die zekerheid beperkt: pensioenen stegen niet altijd met de inflatie mee en werden soms zelfs verlaagd. Daardoor brokkelt het vertrouwen in het pensioenstelsel af.

Voor veel mensen is niet duidelijk hoe ze pensioen opbouwen. Het stelsel sluit ook onvoldoende aan bij ontwikkelingen op de arbeidsmarkt: mensen veranderen steeds vaker van baan en er komen meer flexwerkers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).

Tot slot hebben meerdere kabinetten aangekondigd de huidige doorsneesystematiek af te schaffen. 

Hoe wil de SER dat oplossen? Welke resultaten wil de SER bereiken?

Om de kwaliteit van ons pensioenstelsel ook op langere termijn te waarborgen, introduceert de SER een nieuw contract. Hier delen mensen de risico’s zowel in de opbouwfase als in de uitkeringsfase. Sectoren krijgen de mogelijkheid om voor deze premieregeling te kiezen. Daarnaast stellen we voor om de bestaande, verbeterde premieregeling ook toegankelijk te maken voor bedrijfstakpensioenfondsen. 

In beide regelingen komen de rendementen eerder dan nu beschikbaar voor de opbouw van pensioen. Hierdoor hoeven er minder buffers opgebouwd te worden. Er is dus eerder zicht op een koopkrachtig pensioen. De ingelegde premie komt meer ten goede aan de eigen pensioenopbouw. Dit maakt het makkelijker voor zzp’ers om aanvullend pensioen op te bouwen. De SER vraagt het kabinet om het mogelijk te maken dat zzp’ers zich vrijwillig kunnen aansluiten bij een pensioenfonds. 

Wat zijn de kenmerken van het nieuwe contract?

 Het nieuwe contract is een premiecontract. Met uitgebreide risicodeling zowel in de opbouwfase als in de uitkeringsfase. Dat geeft meer inzicht in de relatie tussen premie-inleg en de pensioenuitkering, en meer meebeweegt met de economie en daarmee begrijpelijker is.

Waarom kan er sneller geïndexeerd worden?

De pensioenen kunnen sneller omhoog (indexatie), omdat pensioen minder vast komt te zitten in buffers. Het pensioen gaat daardoor meer meebewegen met de economische situatie. Dit betekent dat wanneer het economisch goed gaat er sneller kan worden geïndexeerd en als het tegenzit wordt er sneller gekort. Een pensioenfonds moet nog steeds het beloofde pensioen uitkeren, maar de zekerheid dat dit lukt wordt minder dan nu. Dat moet nu wel waardoor pensioenfondsen grote buffers moeten aanhouden. Als de buffers te laag zijn mag het pensioen niet geïndexeerd worden. Straks hoeven pensioenfondsen kleinere buffers aan te houden. Als het economisch goed gaat, wordt er sneller dan nu geïndexeerd. Gaat het niet goed, dan wordt er sneller gekort. Om grote schokken te voorkomen worden de mee- en tegenvallers uitgesmeerd over 10 jaar.

Zijn de nieuwe regels ook gunstig voor gepensioneerden?

De pensioenen kunnen voortaan sneller geïndexeerd worden dan nu. Ze kunnen dus iets omhoog vanaf 2022, als het economisch goed gaat. Als het minder goed gaat, gaan de pensioenen omlaag. De verhoging en verlaging van het pensioen mag over 10 jaar worden uitgesmeerd, zodat gepensioneerden geen grote schommelingen in hun inkomen hebben. Ook hoeven pensioenfondsen volgend jaar niet te korten als zij een dekkingsgraad van boven de 100% hebben. 

Komen er persoonlijke pensioenpotjes?

Werkgevers en werknemers kunnen per sector en onderneming uit twee varianten kiezen hoe zij straks pensioen willen opbouwen. In de bestaande verbeterde premieregeling die ook toegankelijk wordt voor bedrijfstakpensioenfondsen bouwen mensen zelf kapitaal op en delen ze tegen de pensioenleeftijd de risico’s in een collectieve pot. In het nieuwe contract delen mensen vanaf het begin alle risico’s, maar is het duidelijker welk bedrag voor hen is. Belangrijk is dat in alle gevallen de uitvoering wel collectief gebeurd. 

Wanneer gaan de pensioenen veranderen?

De afspraken zijn op hoofdlijnen gemaakt en moeten verder worden uitgewerkt. Dan moet de Pensioenwet worden gewijzigd. Vervolgens moeten alle pensioenregelingen in Nederland worden aangepast en moeten pensioenfondsen en verzekeraars hun (administratie)systemen aanpassen. De verwachting is dat de nieuwe regels gelden vanaf 1 januari 2022.

Is hiermee de rekenrente-discussie beslecht?

Wij zijn overeengekomen dat ook in het nieuwe stelsel uitgegaan wordt van de risicovrije rente bij het vaststellen van de verplichtingen van pensioenfondsen. Dat is belangrijk omdat we ons niet vooraf rijk willen rekenen. Zo blijft er ook voor de gepensioneerden van de toekomst voldoende geld in kas om hen pensioen uit te keren. Hierdoor hebben we naar verwachting meer meevallers dan tegenvallers. Een andere rekenrente is niet aan de orde en zorgt er natuurlijk ook niet voor dat je als pensioenfonds rijker wordt.

Wat betekent de afschaffing van de doorsneesystematiek?

Nu betalen jongeren en ouderen evenveel premie en bouwen ze evenveel pensioenrechten op. De premie van jongeren wordt langer belegd en levert dus meer op. Jongeren krijgen nu eigenlijk te weinig pensioen voor hun premie en ouderen teveel. Dat was geen probleem toen iedereen zijn hele leven bij dezelfde baas of in dezelfde bedrijfstak werkte. Maar het pakt nadelig uit nu mensen steeds meer van baan wisselen of halverwege hun leven als zelfstandige beginnen. Zij missen straks de subsidie die ze zelf wel hebben gegeven in het eerste deel van hun loopbaan. Door de doorsneesystematiek af te schaffen, sluiten premie en pensioenopbouw beter op elkaar aan. Jonge en oude werknemers betalen nog steeds evenveel premie, maar jongeren bouwen meer rechten op dan oudere werknemers.

Komt er compensatie voor veertigers en vijftigers die al pensioen hebben opgebouwd en straks overstappen naar een nieuw pensioenstelsel? En waar wordt de compensatie uit betaald?

De overstap op een nieuwe manier van pensioenopbouw heeft tot gevolg dat huidige deelnemers minder pensioen opbouwen. Dit betreft met name de middengroepen. Werkgevers en werknemers zullen afspraken maken over hoe deze mensen kostenneutraal gecompenseerd kunnen worden voor de overstap naar een nieuw pensioenstelsel.  Dit is een kwestie van maatwerk; werkgevers- en werknemersorganisaties beslissen daarover per pensioenfonds. Het kabinet helpt hen daarbij, bijvoorbeeld door belastingkorting te geven voor extra pensioenopbouw. De Nederlandsche Bank houdt toezicht. 

Schuiven we niet teveel door naar de toekomst? Er zijn toch nog veel uitwerkingsvragen?

We maken in dit akkoord belangrijke afspraken op hoofdlijnen. Net als met elk akkoord moeten er dan nog zaken verder uitgewerkt worden. Het is belangrijk daar de tijd voor te nemen, omdat het gaat om de pensioenen van miljoenen Nederlanders. Het moet in een keer goed. Denk bijvoorbeeld aan de oplossing voor zware beroepen, dat moet echt op sectoraal niveau verder uitgewerkt worden. Dat kan niet in Den Haag worden bepaald. Juist omdat we nu breed draagvlak hebben voor dit akkoord ben ik er van overtuigd dat we de uitwerkingsvragen netjes gaan afronden. 

Inloggen

Wachtwoord vergeten?
Registreer je dan eerst hier.